Waarom jouw Demand Gen niet werkt (en wat er echt ontbreekt)
Je hebt advertenties aangezet. Een e-book laten maken. Een landingspagina gebouwd met een formulier. En toch blijft de pipeline leeg, of erger: vol met leads die nergens op lijken.
Dus ga je optimaliseren. De CTA aanpassen. Het formulier korter maken. Een andere afbeelding proberen. Meer budget in de campagne stoppen.
Kleine knoppen draaien aan een machine die nooit fatsoenlijk is gebouwd.
Dat is het probleem. Niet de advertentie. Niet het formulier. Niet de landingspagina. Het fundamentele werk eronder ontbreekt. En zolang dat zo is, los je niets op door aan de uitvoerende laag te sleutelen.
In dit artikel leg ik uit hoe demand generation in B2B echt werkt, waarom de meeste bedrijven structureel de verkeerde volgorde kiezen, en wat je kunt doen om dat te keren.
De drie lagen die niemand wil bouwen
Vraag tien B2B-marketeers wat demand generation is en negen van hen beschrijven de executielaag. Content publiceren. Advertenties draaien. Social media bijhouden. Formulieren optimaliseren.
Dat is begrijpelijk. Die laag is zichtbaar. Die laag levert activiteit op. En activiteit voelt als vooruitgang.
Maar onder elke demand gen-aanpak die echt werkt, zitten drie lagen. Niet één, niet twee. Drie.
Laag 1: Demand strategie. Dit is het fundament. Voor wie ben je er? Hoe ben je gepositioneerd ten opzichte van alternatieven? Wat is je waardepropositie, en is die scherp genoeg om iemand te laten stoppen met scrollen? Wie zitten er in de DMU van je ideale klant, en wat beweegt elk van hen?
Laag 2: Demand plan. Als de strategie staat, bepaal je de aanpak. Welke kanalen passen bij jouw ICP? Hoe ziet de afstemming met sales eruit? Wat meet je, en wanneer grijp je in? Dit is het plan dat ervoor zorgt dat de executie ergens naartoe werkt, in plaats van in het luchtledige terechtkomen.
Laag 3: Demand executie. Pas hier komt de content, de advertenties, het CRM, de formulieren. Vraag creëren én vraag afvangen. Dit is de laag waar iedereen begint, terwijl het de laag is die pas echt werkt als de eerste twee staan.
De meeste bedrijven beginnen bij laag drie. En vragen zich vervolgens af waarom het niet werkt.
Waarom beginnen bij executie structureel mislukt
Ik zie het keer op keer. Een ondernemer of marketingmanager besluit serieus te worden met demand gen. Er wordt een bureau ingeschakeld, of een freelancer, of men besluit het intern op te pakken. En binnen twee weken draait er content.
Blogs. LinkedIn-posts. Misschien een whitepaper. Betaalde campagnes op LinkedIn of Google.
Maar voor wie precies? Op basis van welk inzicht in de klant? Met welke boodschap die zich onderscheidt van de concurrent die exact hetzelfde publiceert?
Zonder een scherpe ICP-definitie weet je niet bij wie je aan tafel wilt zitten. Zonder heldere positionering zegt je content precies hetzelfde als iedereen in jouw markt. Zonder inzicht in de DMU stuur je al je inspanningen naar één persoon, terwijl er vijf mensen meebeslissen over de aankoop.
De executie is niet het probleem. De volgorde is het probleem.
Het AI-argument dat veel kapot maakt
Er is een extra complicerende factor. AI heeft de drempel naar contentproductie weggehaald. Je kunt nu in een uur tien LinkedIn-posts genereren, een blogartikel schrijven en een e-mailsequentie opzetten.
Dat is handig. Maar het versterkt ook precies het verkeerde patroon.
Want als content maken goedkoop en snel is, neemt de verleiding toe om te beginnen met produceren voordat de strategie staat. Meer output. Hogere frequentie. Meer kanalen. En nog steeds geen resultaat, want de boodschap klopt niet en je bereikt de verkeerde mensen.
De executielaag is het deel waar iedereen nu toegang toe heeft. Dat is dus niet meer je voorsprong. De voorsprong zit in de lagen die AI niet voor je bouwt: je strategie, je positionering, je begrip van de klant.
Hoe je demand strategie er in de praktijk uitziet
Veel mensen schrikken van het woord 'strategie'. Het klinkt groot, abstract en tijdrovend.
Dat hoeft het niet te zijn. Maar het vraagt wel eerlijkheid.
ICP-definitie gaat verder dan "MKB-bedrijven in de regio". Het gaat om het beschrijven van de klant waarbij je écht het verschil maakt. Welke sector, welke omvang, welke groeifase, welk probleem. En net zo belangrijk: wie je niet wilt. Een scherpe ICP maakt elk besluit daarna makkelijker, van kanaalskeuze tot salespitch.
Positionering is het antwoord op de vraag waarom iemand voor jou kiest in plaats van voor de concurrent, of voor de status quo. Niet een lijstje met USP's. Een keuze. Iets waar je voor staat, en daarmee ook iets waar je niet voor staat.
Boodschap is de vertaling van positionering naar taal die resoneert bij jouw ICP. Niet de taal die jij mooi vindt, maar de taal die de klant gebruikt als hij zijn probleem beschrijft.
DMU-inzicht betekent begrijpen wie er allemaal bij een aankoopbeslissing betrokken zijn. In B2B zijn dat er gemiddeld vijf tot zeven. De directeur die ja of nee zegt. De manager die het dagelijks gaat gebruiken. De financieel verantwoordelijke die de businesscase beoordeelt. Als je alleen de eindverantwoordelijke aanspreekt, verlies je de deal vaak op plekken die je niet eens ziet.
Dit zijn de bouwstenen van de demand strategie. Geen flitsende tool. Geen shortcut. Maar als dit staat, wordt alles daarna een stuk eenvoudiger.
Van strategie naar plan: de brug die ontbreekt
Als de strategie staat, volgt het demand plan. Hier worden de operationele keuzes gemaakt.
- Welke kanalen pas je in, en waarom? Signal-based marketing kan helpen om te bepalen waar jouw ICP zich bevindt en wanneer ze ontvankelijk zijn.
- Hoe ziet de samenwerking met sales eruit? Wanneer gaat een lead van marketing naar sales, op basis van welk gedrag?
- Wat meet je, en hoe vaak beoordeel je of je bijstuurt? Niet elke metric telt even zwaar. Clicks zijn geen pipeline.
- Welk budget gaat waarheen, en welke tijdlijn hanteer je?
Dit plan zorgt ervoor dat de executie ergens naartoe werkt. Het verbindt de strategie aan de dagelijkse activiteiten, en voorkomt dat je over zes maanden weer van voren af aan begint.
Een CRM zoals HubSpot helpt hier enorm: niet als doel op zich, maar als systeem dat zichtbaar maakt of je plan werkt. Leads die binnenkomen via welk kanaal? Welke converteren? Waar haken mensen af?
De executielaag werkt pas als de basis staat
Dan pas komen de kanalen, de content, de campagnes, de formulieren.
En dan werkt het ook. Omdat je weet voor wie je schrijft. Omdat je boodschap klopt. Omdat je meet wat ertoe doet. Omdat sales en marketing op dezelfde doelstelling zitten.
Demand gen-executie in B2B draait om twee dingen: vraag creëren bij mensen die nog niet actief zoeken, en vraag afvangen bij mensen die al aan het oriënteren zijn. Beide zijn nodig. Alleen advertenties draaien op mensen die al zoeken is te smal. Alleen awareness-content zonder conversiepad is te vaag.
De juiste mix hangt af van je strategie. Niet van wat een concurrent doet. Niet van wat een bureau aanbeveelt zonder jouw ICP te kennen.
Waar begin jij?
De belangrijkste les uit demand generation in B2B: begin in het midden, werk naar buiten.
Eerst de demand strategie. Dan het demand plan. Dan de executie.
Dat klinkt logisch. En toch kiest bijna elk bedrijf de omgekeerde volgorde, omdat de executie concreet voelt en de strategie abstract.
Praktische punten om mee te starten:
- Schrijf je ICP op een A4. Eén pagina, niet meer. Als je dat niet kunt, is hij nog niet scherp genoeg.
- Formuleer je positionering in één zin: "Wij helpen [ICP] met [probleem] door [aanpak], in tegenstelling tot [alternatief]."
- Breng de DMU in kaart voor je drie beste bestaande klanten. Wie waren er allemaal bij betrokken?
- Kies twee kanalen. Niet zes. Twee, en doe die goed.
- Stel één metric per laag vast die je maandelijks beoordeelt.
Dit is het werk dat zich op de lange termijn uitbetaalt. Niet sexy. Niet snel zichtbaar. Maar het is het verschil tussen een demand gen-systeem dat werkt en een verzameling losse marketingactiviteiten die budget kosten.
Wil je weten hoe dit er voor jouw bedrijf uitziet? Lees de 8 regels voor een afspraak even door en ik kijk graag mee naar de lagen die nu ontbreken.
07 juli 2026